Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

avonden op de veranda. Zij had voor het theeblad de kopjes gevuld en onderwijl naar hem gekeken, zooals hij daar zat in zijn grijze pak op het rieten tuinstoeltje, de beenen Over elkaar, zijn handen die lieve, haar zoo bekende handen met de wat dikronde, o, niet zeer aristocratische vingers, waarop de donkere haartjes kriezelden — houdende een blad van De Nieuwe Rotterdammer. De blonde pluiming van zijn baard lag rustig op zijn deinende borst; ze hoorde zijn adem gaan in den stillen avond.

Zacht op hem toegeslopen had zij haar arm geslagen om zijn hals. Zijn hoofd achterover buigend zag hij lachendverzaligd tot haar op.

— Hoü je van me? vraagde hij.

Nog vaster had zij hare armen geparst en hare lippen gedrukt op de zijnen met een langen, innigen zoen.

Zij waren nu ook begonnen met 's avonds samen te lezen. Dien winter hadden zij het reeds af en toe gedaan, maar hij had meestal te werken gehad en dan schoot het er bij in. Ook was er geregeld hun whistavondje geweest met de van Geers, en moesten ze somtijds ook elders heen. Nu, deze stille voorjaarsavonden, na dagen waarin als een verwachting hing in de ijlere luchten, was in hen als vanzelf de behoefte gewekt tot de zachte overgave aan de intimiteit van een boek. Op haar verlangen waren ze „Robert Elsmere" begonnen, een boek dat ze van Ellen Richbourne gekregen had en waarmede Mary en Ellen dweepten. Annie had in Engeland geen tijd meer kunnen vinden het te lezen en nu had Ellen er haar reeds een paar maal in een brief naar gevraagd.

Het boek interesseerde haar niet bizonder. M'n got, hoe konden menschen zich zoo warm maken over het geloof; je wist er immers per slot van rekening toch geen van allen iets van. Die Catherine, met wie Ellen zoo schwarmde, vond zij een onmogelijke heilige, en zoo koud als 'n steen; Rose zou ze een prettige vriendin hebben gevonden.

Ook Willy werd door het boek niet geboeid; hij vónd het te Engelsch-langdradig; hield meer van de Franschen. Hij las haar het een en ander van Daudet voor en van de Balzac, en „le Rêve" van Zola. In den droom van Angélique, het eenvoudig borduurstertje, proefde Annie iets na van die stemmingen welke haar als jong meisje soms plotseling omweven konden als met de zilveren webben van een schoon mysterie: de stemmingen waarin zij zich Roomsch zag, een non, geknield op de koude zerken van een wijde cathedraal,

Sluiten