Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of liggende gestorven in een bidkapel, de handen stil-blank gevouwen op de borst, om haar heen veel stille brandende kaarsen...

Toen hi) den laatsten zin van 't boek gelezen had en het gele deeltje dicht geklapt voor zich neêr gelegd op de tafel, waren ze eenigen tijd zwijgend gebleven. Toen had ze haar arm om zijn hals gerond en gefluisterd, hoe heerlijk zij het vinden zou om óók zoo te mogen sterven: „au sommet du bonheur, dans le petit soufflé d'un baiser..."

— Lieveling, zou je dat óók niet zalig vinden?

Hij streelde haar over heur hoofd en kuste haar teêr op de lippen. Zij rook den geur van zijn nabijheid, van zijn adem, zijn baard. En opeens heel heftig hare armen klemmende, drukte ze haar mond nog dichter tegen den zijnen aan en kuste hem terug met gulzige zoenen.

— Kindje... kindje... is dèt nu „le petit soufflé d'un baiser" ? trachtte hij haar hartstocht glimlachend te temperen.

Zij antwoordde niet; zag hem aan met oogen waarin een vreemd begeeren gloeide — en plotseling het zij zich van haar stoel op zijn schoot glijden. — Weet je wat je bent... een heerlijke, héérlijke man... Ik... hoü van je... ik höü zoo ... razend van je ... die petit soufflé dat was maar... ik kan niet anders dan je zóó kussen ... kijk: zóó ... zóó ...

Zij wrong zich, op zijn schoot, tegen hem aan; haar adem hijgde; hare armen klemden hem als moest hij stikken, en hare lippen plakten zuigend haar zoenen vast op zijn mond, zijn voorhoofd, zijn baard. Toen, met onrustige vingers, trok ze zijn das los, zijn boord; kuste zijn hals.

— Lieveling, lieveling... En eensklaps drong ze nog dichter zich tegen hem, fluisterde iets in zijn oor.

Hij zag haar aan, als verrast door 't geen zij hem vroeg.

— Kindje... is dat nu wel... verstandig ? Ben je niet een beetje te... aarzelde hij.

Opeens het ze hem los, zat recht op zijn schoot, stijf als een pop. De weeke lijn om haar mond verstrakte; hare lippen sloten zich samen. De diep-gouden gloeiing van haar oogen-blik scheen eensklaps gedoofd; koel en hard zag ze hem aan. Hij had het gevóel of iets vijandigs uit dien blik op hem neêr zag, iets dat niet van Annie was en toch, nu, uit Annie's oogen tot hem kwam.

Hij trok haar tot zich, trachtte haar hoofd op zijn schouder te buigen. — Lieveling, vergeef me als ik wat... wat nuchter deed... maar zie je... ik...

- — Ach wel la ... ik zie alles hoor. Té hoeft je volstrekt niet

Sluiten