Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geuren die zweemden om haar hoofd vóór ze in den wijden avond zich oplosten. Af en toe greep hij hare hand en drukte die, heel omzichtig-even maar, dat men het van uit de trams of andere rijtuigen niet zien zou. Een paar maal moest hij haar hand ook eensklaps loslaten om naar zijn hóed te grijpen, te groeten: den Griffier van den Hoogen Raad ... méneer en mevrouw van Arckel...

Ze hadden toen 't gevoel van bijna betrapte kinderen, groetten heel deftig, en moesten, waren de rijtuigen voorbij, het uitproesten; verbeeld je, dat de Griffier hen zoo gezien had: als verliefde parkietjes hand in hand!

De Promenade lag achter hen, waar 't een opstopping scheen van trams. Zegevierend waren ze in hun equipage die allen voorbij gereden. — Korte glorie! schertste Wim: — Straks zijn we weer de eenvoudige luidjes van de Nassau Odijkstraat. ,

Annie glimlachte, liet zich weêr verglijden in haar gedroom. Nog even zag ze de ruggen van Kees en David vóór zich op den bok: de groen lakensche jassen met de gouden knoopen, als gouden rijksdaalders... dan was het donker, het violette, sterretjes-doorschoten donker van hare gesloten oogen. Was het waar: had zij zich door Willy te trouwen wat gemésalheerd? Moeder vond het, al was haar de pil verguld door het adellijk praedicaat, dat zij zelve door haar huwehjk met papa verloren had. Maar moeder vond een huwelijk zonder fortuin een dwaasheid. Papa zelf, wist Annie, had, zoo lang grootma nog leven zou, niet veel fortuin meer; er was veel verloren gegaan; oom Dolf had dit eens aan Robert verteld, om hem aan te sporen toch af te studeeren. En daarom had moeder gehoopt dat zij, Annie, zou getrouwd zijn met fortuin... Zij had dit — mispoes 1 — nu eens netjes vertikt; ofschoon... als Willy geld bezeten had zou alles wel veel makkelijker zijn geweest...

Zij opende de oogen en zag om zich heen. Zij trachtte haar stemming van straks nog vast te houden, maar dat ging niet. Er was iets kouds en hards opeens in alle ding: vreemd en onbehagelijk voelde ze er zich tusschen. Zij reden een waggelend busje achterop vol vischwij ven; got, wat 'n stank! Wat gingen ze daar eigenlijk doen in Scheveningen, als... als ze tóch niet rijk waren; als... ze tóch niet al de weelde, al 't genot zich konden toeëigenen dat te genieten viel. Hoe armzalig scheen 't haar eensklaps: daar wat te gaan zitten op 't terras of in de zaal, tusschen dokters- en leeraarsfamilies en Indisch-gasten, om te luisteren naar de muziek. En dan in

Sluiten