Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dingen: den fancy fait in den Dierentuin,hetPhilhatmonisch Orkest en Anton Witek. Onder de hand deed hij haar eenige vragen. En toen hij opstond zeide hij: — Ik geloof niet dat u behoeft te twijfelen mevrouwtje ... er zijn dingen waarmede men een vrouw niet anders dan gelukwenschen kan... Het moederschap, nietwaar, dat is en blijft toch immers de bestemming ... al zijn er dan tegenwoordig vrouwen die... enfin... die moderne ideeën acht ik niet gelukkig... en u ook niet... dat zie ik aan uw gezicht. En nu maar heel bedaard blijven, zoo gezond mogelijk leven: niet te veel uit, niet te laat naar bed; over 't algemeen: bedaard blijven, niet bizonder vermoeien en voorzichtig zijn met trappen khmmen, niet springen, en eh... beter niet reizen de eerste maanden. Een reisje? ... Van 't najaar? ... Nu, na een maand of drie gaat het wel weêr, maar voorloopig niet... voorloopig voorzichtig zijn.

Toen de dokter vertrokken was bleef Annie even bewegingloos zitten, de handen in den schoot gevouwen, als onder de zegening van een nieuw, een groot geluk. Zij een kindje... een kindje van Willy en haarl Wat klonk dat hef en teêr: een eigen kindje, zoo'n klein roze molletje, om in je armen te houden of om naar te kijken, heel voorzichtig, als het in zijn wiegje lag en sliep. O, ze hoopte dat het een meisjezijn zou: ze had dan al een mooien naam voor haar: Else dat klonk als een sprookje. En dan, hoe beeldig kon je meisjes niet kleeden, o hemel ze zou al haar geld voor kinderkleêrtjes besteden, geloofde zei Was ze zelf maar wat handiger, kon ze zelf maar veel maken, zooals Tó bijvoorbeeld. Die was geabonneerd op een tijdschrift: „Weldons Bazar of Children's Fashion" of zoo iets — daar stonden honnige modelletjes in. Ze zou Jo vragen haar wat te helpen, of nee, daar kwam toch niets van terecht. Enfin, tant pis... de winkels waren er óók nog, al had zij dan ook minder geld dan ze zou wenschenl

's Morgens wandelde zij vaak door Spui- en Veenestraat, bleef staan voor de Bonneterie en Maison de Blanc. Dan streelde haar oogen de witte kapertjes en hemdjes, met beeldige kantjes en roode of blauwe strikjes gegarneerd. En als zij dan eindelijk verder liep, omdat je toch niet te lang voor zoo'n winkel kon staan, stelde zij zich voor, hoe het wezen zou als ze kindje al die lief-heerlijke dingetjes aantrok: zag ze gespartel van voetjes, en handjes grijpende naar haar gezicht. Eens liep ze tegen een man aan met een klok in zijn arm: het slagwerk, van den schok, zoemde dof in de houten kast, en de man vermompelde een vloek. Maar het

Sluiten