Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verpleegster — en met een bril. Ze was eeuwig aan 't „boel opredderen". Meestal zat Henkie voor 't raam of op den grond temidden van zijn speelgoed. De jongen kon wat doezig doen door het lange alleen zijn; 't werd tijd dat hij naar school ging, vond ook Jo. Hij ergerde Annie soms met zijn ronde appelwangetjes en krullenbol; 't was zijn vader in miniatuur; alleen was Gerard veel levendiger.

— Zoo Henkeman, en hoe gaat het met jou?

Het groote hoofd, aandachtig gebogen boven een locomotiefje, ging langzaam omhoog, en twee groote oogen zagen haar aan vol verwondering. Toen verhelderde zijn gelaat, kwam er een glimlach, en: — Dag tante Pop... sprak hij Bob na. — Kijk tante: ik heb een locomotiefje...

Annie pakte hem onder zijn okseltjes en zwaaide hem de lucht in; plompte zijn schoenevoetjes op den vloer en zwaaide hem weêr de lucht in, zoo vele malen achtereen. t J?ct kind scnaterde. *** °< tante Pop, tante Poööppieieie I! Juffie, juffie, 'k zit in een luchtballon 1 Juffie 11 'k vlieg zoo hoog...

— Mooi, apprecieerde juffrouw Lina achteloos. — Hij vindt het wel heerlijk, mevrouw; hij is zoo veel alleen.

— En nu gaan we een hoogen toren bouwen, kom! zei Annie, terwijl zij zich op het karpet neêrhet en een blokkendoos omkeerde, zoodat de inhoud op den vloer bonkelde.

— Neen tante, geen toren ... een... een... een... Henkie's stemmetje sloeg over; hij hakkelde over zijn woorden van opgewondenheid.

— Kom, kom, wat is dat? Goed praten alsjeblieft, als n groote jongen, deed Annie barsch. — Wat wou je dan bouwen ?

— Een... een stalletje, tante... voor de rupsen •..

— Rupsen, welke rupsen ?

— Bob heeft wat rupsen voor hem opgezameld in een doosje, mevrouw, legde juffrouw Lina uit. — Kom Henk, nu moet je niet willen knoeien, nu tante er is...

Die rupsen vond Annie wat al te gezellig, en ze ging weêr naar beneden, in de serre bij Jo, waar Everhardje in zijn wiegje lag te slapen.

— Je bent een echte moeder, Ans, had Gerard lachend gezegd, toen hij haar eens, van 't ministerie thuis komend, over het wiegje gebogen vond. — En ik mag je wel eerlijk bekennen dat... dat... nu enfin: dat ik het niet gedacht had vroeger; ik vond het zoo niets voor jou...

— En waarom niet ? richtte Annie zich op, met datzelfde

Sluiten