Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i— Zeg Rob, 'k heb nog iets voor je: iets van tin I... Hij sprong van den stoel, met de kris. — Is 't heusch waar, zeg Ans; wat dan ?... kwam hij nieuwsgierig.

— De tinnen bordjes waarvan we vroeger havermout aten bij Juf... plaagde Annie, een kreet slakend, want Robert's lange dunne vingers sloten knijpend om haar armen heen. Dan, haar loslatend, was hij eensklaps vol van de kris.

— Nu moeten jullie goed zien, hier bij het licht, hoe prachtig gesneden. Zie jé die bloemslingers; magnifique hjnen nietwaar, en dan — hier — die drakenkop, wat 'n uitdrukking hè ? 't Is of de oogen zóó uit zijn kop rollen. En dat alles in ivoor gesneden, hoe is 't mogelijk wat ? subliem, éénig, grandioos nietwaar ?

Van Hemert nam de kris in zijn handen en bewonderde. — 't Is wezenlijk bizonder, prees hij, terwijl hij Annie zien het. Zij stonden dicht naast elkaar; zijn arm raakte haar; ze zag zijn glad gebruind gezicht met de zwarte snorpunten aandachtig over de kris gebogen. Zij keek, terwijl zij mines maakte van meê naar de kris te zien, schuin op naar zijn breede gecambreerde borst met de roode tressen, dan nog wat hooger naar zijn gezicht, zijn mond waardoor zijn adem ging.

— Kunt u zien mevrouw... dien drakenkop... hier, daar heeft u de oogen;' ziet u wel...

Nóg dichter boog hij zich naar haar toe; even kriebelde zijn snorpunt langs haar wang en voelde ze zijn lauwen adem haar beaaien. Het maakte haar vreemd-duizelig zoo dicht bij hem te staan; heete plekken kwamen gloeien op haar lichaam. Ze wilde zich terugtrekken, verzette een voet, maar bleef toch staan, terwijl het bloed in hare slapen bonsde. Als ver-weg hoorde zij de stem van Robert, die onrustig door de kamer beerde, al pratend, zij verstond niet wat.

— Mag ik nog even zien? vraagde zij, strak turende op het kunstig slingerwerk van het gevest, dat scheen te dansen voor haar blik.

.•— En dit is het drakenlichaam, ziet u wel: het gaat over in bloemslingers ... als u deze hjnen volgt, kijk bier...

Weer boog hij zijn hoofd en voelde ze het gekriebel; zijn ademende mond was heel dicht bij haar en ze zag zijn roode hppen half open.

Maar met een ruk trok zij zich los uit wat haar een net Scheen dat haar ging omspannen, en luchtig-gewoon trachtte zij Robert een vraag te doen. De betoovering was gebroken — en ze vonden zich opeens met zijn drieën in de kamer als menschen die, vreemden, zich door een toevallige

Sluiten