Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toegeplooid, zoodat geen lichtkier Annie meer kon hinderen. GeruisShloos schikte zij toen nog het een en ander in de kamer terecht en zette zich daarna zoo dicht mogelijk bij het venster met haar naaiwerk.

Annie had even geprobeerd haar oogen te sluiten; zij was moê en wilde graag slapen, maar het ging niet. Nu lag zij met wijd opgeslagen leden te staren in de groote kamer, gelig-doorblankt van de middagzon die door de cretonnen gordijnen naar binnen zeefde, 't Was zacht en heerlijk voor de oogen, dit licht dat geen licht en tdch ook geen donker was. Hoe vreemd, hun slaapkamer zoo te zien; hoe heel anders zag alles er uit dan gewoonhjk. Buiten op straat hoorde zij geluiden; 't was ook midden op den dag; 't klonk gedempt en als ver weg alles ...

Zij staarde naar de zoldering, en opeens moest zij denken aan de eerste nachten van haar huwelijk, in dit nieuwe huis. Ze kon toen vaak niet slapen van het vreemde en nieuwe alles, en lag dan, in den schemer van het nachtpitje, te kijken naar denzelfden veeg aan 't plafond die nu ook weêr haar aandacht trok. 't Was net een man die gaapte, als je er lang op keek. Van 't voorjaar moest de kamer gewit worden; dan was het weg ...

Vreemd dat ze hier nu lag en op haar kindje wachtte. Den heelen afgeloopen zomer had zij er naar uitgezien en had het haar geschenen of het nooit, nooit zoo ver komen zou, en nu... was het toch werkelijk zoo ...

Even lag zij stil, wrong haar gezicht in een pijnkramp; kneep de lakens. Toen was het weêr over en zag zij de kamer rustig in den blanken schemer, de zuster die naaide.

Zij hadden in 't begin van September nog een heerlijk reisje gedaan langs den Rhijn en den Moezel; zoo wel en zoo jong had hij zich gevoeld, zoo levensblij en gelukkig in hare hefde voor haar man en de verwachting van het jonge leven, dat groeide in haar schoot. Na de reis was zij niet meer uitgegaan: 't had aan één stuk geregend, dag aan dag, en het loopen begon haar gauw te vermoeien. Ook schaamde zij zich voor haar figuur, al hadden Jo en Marie er haar herhaaldelijk complimentjes over gemaakt: dat je er zoo weinig van zag. Maar je zag het dan toch; ze kon niet bij moeder komen of die zeide er wat van. „Een vrouw in positie is ' een vrouw zonder smaak", had moeder eer|s gezegd. „Alleen vrouwen uit het volk moesten in verwachting willen zijn".

Het had haar een beetje verdrietig gemaakt: moeder ver-

Sluiten