Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Mefrauw... het laatste paar sokjes Is gisteren gebruikt; er zijn d'r geen meer...

— Ga dan naar beneden ze wat uitwasscben; vraag Martha wat lauw water, beval Annie.

— Jawel Mefrauw...

Het meisje ging heen. Annie schokte een paar maal geërgerd de schouders op en neêr, voelde daardoor dat haar japon op den schouder wat trok; had dat lamme mensen van een naaister weêr niet goed gemaakt; zou er vanmiddag nog heen gaan, of neen ... met dien regen kwam je de deur immers niet uit!

Zij zonk neêr op een stoel en begon zenuwachtig te snikken. Wat mankeerde haar toch tegenwoordig j was ze niet gelukkig nu ze haar kindje had? Was Willy niet lief voor haar; deed hij niet alles wat hij kon om haar gelukkig te maken? Ach ja, ach ja: Willy was goed en Willy was lief, te goed en te lief misschien wel soms... maar wat had ze daaraan als hij het zoo druk hadl Waarom waren ze niet rijk; waarom woonden ze niet ergens buiten, zooals grootma op De Groote Brink! Deze stad, Den Haag. verveelde haar zoo... en dit huis, dit saaie huis in die Nassau Odijkstraat, haatte ze. O, als ze bijvoorbeeld wonen konden op het Nassauplein of op den Bezuidenhout en dan echt leven konden ... dan zou het iets anders zijn. Thuis, daar leefden ze; 't mocht dan waar zijn wat Robert zei: dat papa en mama te veel geld uitgaven, inteerden van hun kapitaal — maar daar lééfden ze tenminste. Hier, hier in die Nassau Odijkstraat, vegeteerden ze op een eigenlijk in-burgerlijke manier; hier, stikte ze in Ter Kraanesche zuinigheid...

Weêr keek Annie naar buiten, den tuin in. Het regenen had opgehouden voor een oogenblik, maar 't zag alles zoo nat en zoo doodsch; de zwarte takken dropen.

En zij dacht aan het diner van eergisteren, thuis, in de Laan Copes: het eerste diner dat zij bijwoonde na bare bevalling. Het was een groote „afdoener" geweest, nu papa weêr een paar weken thuis was: menschen bij wie moeder in den kaatsten tijd ten eten was gevraagd en wier beleefdheid nu haast je rep je moest worden beantwoord, vóór de heer des huizes weêr gevlogen zou zijn. Dikwijls verwonderde zich Annie over het gezelschap thuis : het was geen bepaalde cóterie; er was iets in dat naar bohème zweemde, iets gemêleerds waaraan toch nooit distinctie ontbrak; iets dat was als moeder zelve, met dat ietsje van ongegeneerdheid dat toch altijd binnen de perken bleef van het comme-il-faut.

Sluiten