Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een oogenblik te voren, en schaamde zich, 't Scheen haar ontrouw jegens Willy, ontrouw jegens haar kind, waarvoor zij immers moest leven nu? O, ze wist wel dat er vrouwen waren die alles vergeten konden voor een oogenblik van hartstocht, maar zoo was zij immers niet. Zij hield van Willv en was dol op haar kind. O, hoe verlangde zij naar dezen

H mel*" V.u ZOnn,i9e'„ IUStiflc daflen °P Dc Gr°ote Brink, Hoe heerlijk: met Willy te dwalen door de stille bosschen. met hem naar de vogels te luisteren en 's avonds te kijken naar de hooge, verre sterren. Zou hun liefde niet oroeien in dien vacantietijd; zouden zij zich niet jonger, veerkrachtiger gaan voelen, als in dien heerlijken zomer van hun engagement ?

Zij zag op de k ok. tWas kwart over elven al 1 Over een anderhalfuur was Willyweêr thuis. Ze verlangde naar zijnkomstl

Dien avond behoefde hij niet te werken, en zij had vuur laten aanleggen in den salon. Met guur en regenachtig weêr hield Annie er van daar te zitten; er stond geen groote tafel in het midden als in de huiskamer, en ze konden voor het vuur een gezellig zitje maken. Bovendien was er iets van weelde in die kamer, dat de andere vertrekken misten, welke, op initiatief en met behulp van mama en de zusjes 1 er Kraane vooral, wel smaakvol, maar heel eenvoudig-degeliik waren ingericht. Voor den salon had Annie indertijd heel alleen willen zorgen, geen advies van hare schoonmoeder en zusjes accepteerend. Met het ruime geldcadeau van grootma en den haar aangeboren smaak had ze juist dèt ameublement weten e kiezen wat de kamer het aanzien van distinctie gat en luxe - een distinctie die niet stijf, een luxe die niet pompeus of overladen was.

Ook Willy hield wel van de kamer, al vond hij haar wat te weelderig, de meubels te forsch voor de kleine ruimte. Maar dan zei Annie altijd, ze zouden toch wel niet hun heele leven hier in de Nassau Odijkstraat slijten; en wat die luxe betrof: quy faire? - ze was thuis aan luxe gewend; men had er haar in opgevoed; het was haar een levensbehoefte.

— Uus geen hutje op de hei. Ans ? had van Wehl gelachen toen ze eens iets dergelijks betoogde terwijl „de Ter Kraanes" er waren; men na het diner in den salon bijeen zat.

— U foei neen; bien merciI pas mon affaire, had ze geantwoord, met een van die gebaartjes welke Gerard ergerden;ofschoon... leven in een hut, als de Zigeuners, met 'n man met zwarte oogen, voor wien alle „fatsoenlijke" menschen bang zijn - zoon vie de Bohème lijkt me toch óók wel dol-aeestial

Sluiten