Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook zocht zij Ada niet meer op, zoodat hun vriendschap verkoelde, Ada zich beleedigd haren anderen kennissen toewendde.

In de pijnhjke leegte waarin Annie bleef staan, hadden die uitstapjes met Marie haar een uitkomst geleken. Zij kleedde zich zoo eenvoudig mogelijk, om geen aanstoot te geven in de buurten die zij met Marie bezocht. Het waren de straten in den omtrek van de Veenkade, waar ze langs steile trappen naar boven stommelden tot in muffe kamertjes met bleeke timmermansvrouwen en nog bleeker kroost. Annie, op de punt van een stoel, die meestal inderhaast was leêg gemaakt, bewonderde de wijze waarop haar schoonzuster met die luidjes wist om te springen, alles en nog wat vragend over het huishouden, kasten inspecteerend en raad of standjes uitdeelend al naar de behoefte van 't oogenblik, — tenslotte op 't gelamenteer der vrouwen, haar vragen om meer onderstand, heel droogjes zeggend dat ze er met de dames der Vereeniging over zou spreken.

Maar die bezoekjes met Marie gaven Annie slechts weinig voldoening; zij voelde zich te vreemd staan tegenover zulke menschen, durfde zelf nooit iets zeggen; bovendien had ze altijd het gevoel dat de vrouwen haar gehinderd, de kinderen nieuwsgierig aankeken, en ze werd moê van dat trappengeklim. Na enkele malen met Marie te zijn meê geweest, gaf ze 't dan ook op; besloot liever al haar zorgen aan haar dochtertje te wijden, zich schuldig voelend dat zij het kind zoo veel aan de juffrouw overliet.

m

Op een morgen, dat Annie in de Willemstraat een naaister bezocht had, en een hoek wilde omslaan, Hep zij bijna aan tegen een officier, die kwam van den anderen kant. Het was Fré van Hemert.

Zij bleven beiden staan, zagen elkaar aan; onder zijn blik, als steeds, voelde Annie het bloed naar haar wangen stijgen.

—HPardon mevrouw, 'k vraag excuus vóór mijn lompheid... had hij de wit geschoeide hand aan zijn petklep gebracht, daarna die hand haar toestekend, waarin zij even hare vingers legde. /

— Foei, foei, wat hebben we u in lang niet op de tennisclub gezien; men spreekt er schande van; Ada is woedend... schertste hij, terwijl zijn sabel even op de steenen rinkelde. — En dat juist nu ik lid ben geworden en gehoopt had mijn

Sluiten