Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zachten glimlach haar aanblikken, en het werd haar als voelde zij grootmoeders hand in de hare. Zij zag de hooge boomen van De Brink, het groene gazon waar de witte duiven klapperden. Zij zag er Carolientje staan in haar wit-gelakt wagentje, in de gulden schaduw der oude trouwe boomen, die zij als jong meisje zoo had hef gehad. En zij zag zich met Willy liggen in het stil-ruischend dennenbosch, waar voor eenige jaren hun hefde was ontkiemd. Toen sprongen hare gedachten opeens weêr naar Fré... hun scène van dien middag... dat wat hij gezegd had en haar heftig protest: ik ben geen meid... Zij zag zich met hem in een huurkamer, ergens in een van die wijken waar je nooit kwam. En hun heele verhouding scheen haar plotseling iets schels, iets rammelends, iets vulgairs, als de rammelende ordinaire prullen waarmede zij in haar verbeelding die kamer versierd zag. Zij voelde iets van walg haar naar de keel stijgen, een schaamte over de vernedering door Fré haar aangedaan. Zij begreep niet hoe zij tot dit alles gekomen was : die liaison, welke zij nu zag als iets gemeens, iets slechts. En weêr groende het gazon van De Groote Brink voor haar geest, onder de rust der hooge, oude boomen. Klein stond er onder het wit-gelakte wagentje. Onder de veranda van 't oude huls, waar zwaar de glycinen-trossen afhingen, stond — naast grootmoeder — Willy... en hij glimlachte gelukkig haar toe...

Annie was op hare knieën gezonken voor den stoel, drukte haar hoofd tegen 't velvet, als zoo vaak die laatste weken.

— O Willy... lieveling... vergeef... murmelden hare lippen, haar borst door hevige snikken bewogen.

V

Als had iemand van achteren hem vastgegrepen bij zijn kraag — zóó schokte hij ineens uit zijn gejaagden draf in een futloozen slentergang over,! zoodra hij zich op den pubheken weg en tusschen de menschen zag. Een paar visschersjongens en meiden, verliefderig tegen elkaar geklist, stootten gekkend elkaar aan, met de ellebogen naar hem heen wijzend. Robert, doorloopende, vóélde ze stilstaan midden op den boulevard en hem nakijken met lachendnieuwsgierige pret-blikken. Hu smoorde een rauwen vloek,

Sluiten