Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de rood-omkapte lamp, terwijl hoog aan de lucht de sterren fonkelden, in 't park de boomen donkerden en een verre koekoek riep. Dan, in die avonden vooral, als zoet de rozen geurden, was het Annie zoo goed, zoo wèl te moede. Zij voelde zich gelukkig met haar man en kind. Dikwijls sloop zij zacht naar boven, de kamer waar Carolientje sliep, zoo rustig in het wiegje der koetsierskinderen. Dan stak zij een kaars op en, het licht zorgvuldig met haar hand beschuttend, stond zij langen tijd. Zoo vond Willy haar eens, en ook hij bleef staan, sloeg zijn arm om haar schouders, trillend van een groote zaligheid.

— Zullen wij trachten... ons kindje goed op te voeden, Annie; het te maken tot een braaf en edel mensen ? fluisterde hij zacht.

Zij zag hem aan, zich herinnerend hoe hij haar datzelfde nóg eens gevraagd had, vroeger, en hoe haar dat toen licht had geërgerd. Nu, dit oogenblik, dat bijna heilig scheen, schaamde zij zich die ergernis; zij wist niet te spreken, maar in haren handdruk voelde hij wat op zijn vraag haar antwoord was.

IX

Het was een zwoele dag geweest, de dag vóór hun vertrek. Zij hadden, dien middag, met grootma enkele afscheidsvlzites gereden in de Victoria, de kap op tegen de zon, die straf haar stralen striemde tegen de aarde, stoffig en droog als gebarsten van hitte. Het loof aan de boomen hing vaalgroen en roerloos neêr, oud in den volgroeiden zomer.

„Er kwam onweer", had de oude mevrouw Hada al een paar maal voorspeld, en de gesprekken bij de Broeckaerts', de van Stralens, hadden over niet veel anders geloopen dan over de hitte, waarin je stikte, en over het onweer, dat komen ging...

Toen ze aan tafel zaten, wat stil en treurig om 't naderend afscheid, was er wind opgestoken: met een vlaag was hij gestreken over den bruinen beuk voor 't eetkamer-raam, die als wit weid; zwatelde in zijne duizende blaren, welke zich schrikkerig te hoop stuwden.

— Er komt onweer... had grootma nog eens gezegd. Grootma werd wel wat zeurig op haar ouden dag, vond Annie. Juffrouw Verheide stond van tafel op om Andries te zeggen alle ramen te sluiten, 't Zou wel gaan regenen ook.

Een blauwige valsche schemer trok in de eetkamer; 't werd bijna nacht. Grootma schelde het tweede meisje om het licht

Sluiten