Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haat weêr te kwellen de gedachte of er iets wds tusschen

moeder en Fré ... Zij twijfelde nu; moeders woorden hadden haar aan 't weifelen gebracht, en ook Fré bemoeide zich weinig met moeder, had zijn stoel gewend tot haar, Annie; sprak ongedwongen, als had er nooit iets tusschen hen bestaan.

Zij was er hem dankbaar voor en zij verbaasde zich dat zij zelf zoo rustig hem kon zien in de oogen, als hadden die hun macht over haar verloren.

— Heeft van Hemert je al verteld van zijn automobiel, Ans ? Verbeeld je, hij heeft een automobiel gekocht en wil nu met geweld jou en mij en zijn zuster Ada voor een paar dagen meênemen naar de Parijsche tentoonstelling!

— In de automobiel ? ?

— In de automobiel.

— Got, hoe geestig! En waarom, moeder, doe je het niet? Waarom doen we het niet?? .^K

Annie was opeens vol vuur voor het plan; keek met schitterende oogen van haar moeder naar Fré. Sophie Hada lachte. — Wat ben je toch een kind, Ans. Begrijp je nu niet, dat dat niet gaat ? De menschen zouden Fré en mij voor man en vrouw aanzien, en jullie... Ada en jou, voor...

— Ons voor jullie dochters? O moeder, doe toch niet zoo gek I lachte Annie. — Jij kon zelf best mijn ouwer zusje zijn, en van Hemert... mijn oudste broêr! Toe, laten we het doen, het gaat best...

— Het gaat niet... de menschen zouden er over praten, schudde mevrouw Hada het hoofd. — Ada en jij zijn jonge dingetjes. Jullie kunnen niet als chaperonnes gelden voor Fré en mij... in hotels en zoo ...

Zij keek naar Fré en lachte. Annie zag hoe moeders oogen lachten in de oogen van Fré, en hoe Fré naar moeder keek, kéék...

Zij beet hare lippen, stond bruusk op en nam afscheid. Ze wist nu genoeg; ze had gezien, bah, bah 1...

Toen zij, in de vestibule, hare parapluie zocht uit den bak, hoorde zij Fré de trap afkomen; bij ook had afscheid genomen. Annie haastte zich, gauw, gauw de deur uit. Zij hoorde Fré iets zeggen achter zich, ze verstond niet wat.

Buiten regende het — eindehjk. Zij haastte zich over het trottoir van de Laan Copes. Achter haar hoorde ze zijn sabel kletteren. Toen bleef zij stilstaan, ineens: het was als een macht buiten haar om: zij kón niet verder. Haar boezem hijgde; al hare ergernis versmolt, en er was niets in haar borst nu dan een vlijmende, wreed woelende jaloezie.

Sluiten