Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die hare ziel niet beroerden, haar ziel die brandde en huiverde in de zaligheid van haren hartstocht.

O, die oogenblikken dat zij saam was met Fré, — dat zij alles vergat in de heerlijkheid van zijne omhelzingen; waarnVhet was als woelde haar onstuimig bloed haar schroeiend onder de sidderende huid als zij hare armen om zijn hals sloeg en zijn rooden mond onder haar kussen verpletterde. Het scheen haar of èl wat jaren in haar gesluimerd had, al haar smachten en verlangen naar geluk, naar leven *~ niet naar het kalme leven van iederen dag, maar het bruisende, welige en ongetemde leven, als een durend feest van karmozijne gloeiïngen. als de fonkeling van wijn in geslepene kelken —, of dat alles, al die verlangens en al die smachtingen, door haar werden uitgevierd en uitgestort in hare passie. Zij was moê geweest van haar verlangens — zij voelde het, nu, in de heldere rust die bleef na haar uren van saam-zijn met Fré.

m.. f16 rust> die een uitrusten was, een leêg zijn van oogenblikkelijk begeeren, begreep zij nu hoe dit haar zoo kalm en zoo gelijkmatig deed zijn tegenover Willy, dien zij bedroog, en tegenover de dingen van het dagelijksch leven, waar zij onberoerd door henen ging: hetphysisch welbehagen, als een gezondheid, na een maar half-bewuste smachting van jaren. Want hóe hef zij Willy gehad had en nog had — in het diepst van hare ziel — er was bij al wat deze hefde haar bevredigends had geschonken steeds gebleven een reste. als in een geheimen schuilhoek van haar zelf — een reste van onbevredigd verlangen, dat zich niet uitte, maar dat er toch was, als een wond in haar binnenste. Nu. nu scheen die wond genezen, nu was er op oogenblikken waarin de bezoeken aan de Prins Hendrikstraat versch achter haar lagen — die bezoeken schijnbaar bij een naaister, in waarheid bij Fré — die gelijkmatigheid, die geëquilibreerdheid, dat verlangelooze. die opluchting, die gezondheid — waarin, als een paradox die toch waarheid was. het haar scheen: als zou zij nü een betere vrouw voor Willy kunnen worden dan voorheen, en een betere moeder voor haar kind. Als zij zichzelve naging — en Jo, Marie, hare schoonouders oordeelden evenzoo — dan vond zij zich minder wuft en minder hchtzinnig geworden, sedert haar nieuw geluk. Zij ging veel belang stellen in Jitetatuur. Het was voor Willem een verrassing haar zoo oordeelkundig en zoo belangstellend te zien worden ten . Opzichte van zijn hevelingsschrijvers: de Fransche modernen. Verlaine. Flaubert. Maeterlinck; classieken ook als Goethe. zelfs Vondel. Als voorbereiding tot Rbyaards' „Lucifer".

Sluiten