Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schokkend ging haar adem; hare polsen joegen heet. Dichter wrong zij zich tegen hem aan; begeerig zocht haar mond op zijn gezicht, in zijn hals; snakkende naar adem zoende zij met gretige lippen.

Toen was het geweest. Zij bleef het zich later steeds heel duidelijk terug herinneren, als iets beangstigends, iets verwarrends, iets dat ze vergeten wilde maar niet kón; als een kwellend-schrijnende sensatie die zich bleef opdringen:

— — Hem zoenende had zij haar aandrang voelen verslappen, niet geleidelijk maar inééns; zij voelde iets als weg vallen, waardoor er een leegte bleef, als een geslagen zijn met doodelijke matheid, als een dofheid, een lamheid in hare armen en polsen. Alle spanning, alle veerkracht was weg geweest, plotseling; een vreemde nuchterheid doezelde in hare hersenen.

Langzaam toen begon een vaag verdriet in haar boven te troebelen, een lust om in eenzaamheid te schreien. Zij voelde zich uitgeput, vol weeën onvrede, niet heftig-ongelukkig, maar als omwolkt door een waas van grijze treurnis.

Toen Fré haar tot zich trok, haar opnieuw wilde kussen, stiet zij hem ruw van zich af, als in een kracht-kramp. Onder 't zware fluweel harer japon, die haar drukte, rilde ze van afschuw.

— Zeg, wat scheelt jou ineens? vroeg hij geërgerd. Zij antwoordde niet, voelde zich werktuigelijk opstaan, gaan naar den stoel waarop haar mantel lag. Zij trok hem aan, stopte haar mouwen in; knoopte langzaam de groote knoopen vast, een voor een. Toen ging zij naar den spiegel, streek heur haar glad, zette haar hoed op en stak er de pennen in, met dezelfde loome treuzeligheid.

Fré was opgesprongen van den divan, kwam naast haar staan; legde zijn hand op haar schouder.

— Wat doe je... waarom ga je al weg; we hebben nog wel een kwartier... waarom doe je zoo vreemd Annie ? ...

— Ik ga naar huis...

— Waarom...

Zij schokschouderde.

— M'n hemel Annie, waaróm? Zij zag hem aan, even.

— Omdat ik wil. X Toe, tracht me nu niet over te halen om nog te blijven, want ik wil niet... ik wil niet...

— Wanneer zie ik je weêr ? ...

Zij schokschouderde. — Ik weet het niet... sprak zij loom. Een paar minuten later stond zij op het Prins Hendrikplein

Sluiten