Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men in goeie famieljes zich vroeger niet scheen te geneeren.

Mimi, bij 't kamer-oversteken vastgehouden door een schertsenden oom, gaf Annie wanhopige seinen. „Vervelende vent; ik kan niet van hem loskomen 1" Annie moest lachen, dacht opeens aan die partij bij Loesje van Heuvell Steynman — toen zij net zoo'n bakvisch was als nu Mimi. Nü — was zij een vrouw „met een verleden"... wat klonk dat gek; zou dat verleden nu voorbij zijn ? •*» was ' het uit, voorgoed, alles ? O, als Mimi wist, die nu zoo met haar dweepte; als al die Ter Kraanes wisten: die brave, fatsoenlijke menschen, die daar rond huppelden, zoo knusjes-gemoedelijk; die al meenden erg uit den band te springen nu, op hun feest, dat zij, Annie, burgerlijk vond. O, als zij wisten, vermoeden konden, hoe eene, die den naam „Ter Kraane" droeg, eene die hier in de kamer was, die was toegelaten op hun familiefeest, een li-ai-son had gehad met een officier... zê zouden haar steenigen...

— O gunst Ans, ik dacht dat ik nóóit zou kunnen bij je komen. Die vervelende man; op 't laatst heb ik me compleet losgerukt; hij is woedend nu natuurlijk, furieus. Maar ik vond het veel te gezellig ... nog even... in dit leuke hoekje bij je te zitten. Je man, neef Willem bedoel ik, danst heerlijk zeg, zalig; en verbeeld-je : hij vindt het goed ... van dat logeeren... als jij het goed vindt. Dol 1

Het kind, in haar wazig-blauw tule japonnetje, een ietsje gedécolleteerd, met een beetje te mageren hals en een beetje te lange armen en beenen, wat ingénue, maar toch wel aardig met haar fijn gezichtje en goud-blonde vlechten, zette zich naast haar, nam haar hand.

— Vindt je 't erg brutaal van me, dat ik altijd maar Ans zeg, tout court? vroeg zij, en haar grijs-blauwe oogen zagen Annie aan.

~ Welnee, voor hoe oud zie je me dan wel aan? lachte Annie, wat verlegen onder den adoreerenden blik van het kind.

~ Annie... weet je... dat ik je heel mooi vind ? zeide eindelijk langzaam Mimi.

— Kom, malle meid; je bent een vleistertje geloof ik 1 Het kind schudde het hoofd, beslist. Toen zeide zij droomerig,

terwijl ze met de hielen van haar satijnen schoentjes tegen de lambrizeering schopte van de vensterbank waarin zij zaten: — Ik weet niet... wat het is... maar je bent anders... dan onze familie... gek hè, dat ik dat zoo voel, maar er is iets ... anders ... Tusschen hare overige vingervercieringen droeg Annie een

Sluiten