Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kldn gouden ringetje, nog uit haar meisjestijd. Zij deed het van heur vinger af en paste het spelend het meisje. Ze wist zelve niet wat haar bezielde toen zij vroeg:

— Wil je dat hebben, Mimi... als een aandenken 1... Verrast zag het kind haar aan, greep hare vingers.

— O Annie, hoe hef 1 Graag 1... zei ze opgetogen.

IV

Het feest achter den rug, was het Annie een leegte in de dagen, die vergleden de een na den ander in de grauwe eentonigheid der wintersche maanden. Zij was zoo gewend geraakt aan die gezellige repetitie-middagen bij de van Wehls, het vroolijk beweeg van al die kinderen, dat zij met een 'zeker heimwee aan dat alles terug dacht. Maar bovenal kwelden haar hare gedachten aan Fré.

O, zij wilde niet; zij had het immers afgemaakt omdat zij bang was voor dat leven van hartstocht en vreemde begeerten, zooals 't geflikkerd had in haar vizioen, waarin zij met hem in de wereld leefde, niet het wereldje van Den Haag, het kleine, benepene, het wereldje van de Ter Kraanes, — maar het groote, cosmopolitische van een stad als Parijs, of een stad eigenlijk van droom en fantazie alleen, een stad van andere dimensies, waarin als een ander soort van menschen wonen moest, die het leven grandiozer te leven wisten, niet ploeterden in de modder en den regen van Haagsch-doodsche straten met de plompheid van Hollanders, zoo zwaar gedegen als de klei waarop ze woonden, — maar luchtig en gemakkelijk, met een weidsch gebaar zich toeëigenend de schatten van genot en emotie, welke het leven in zijn rijke grilligheid hun bood. Had zij niet, in dat vizioen, zichzelve en Fré gezien als een soort van Uebermenschen gaande door de straten der stad ? ...

Zoo volgden hare gedachten steeds een zelfde hjn. Zij wilde niet denken aan dat alles wat zweefde om Fré, met wien zij gebroken had, wiens bezoek zij niet had willen ontvangen en wiens brief, eens, zij had teruggezonden... en toch — zij dacht aan hem en aan alles wat met hem samenviel; zij dacht er aan, dacht er aan met een verlangen als een klein, wit vuur, dat brandde fel-bijtend, als een woekerplant kort gegroeid op de stof die het verteerde. En vreemd, tegenover dit heimelijk-verborgen leven harer ziel stond haar leven naar buiten, haar leven met Willy en het kind. O, zij was niet onoprecht ak zij Willy kuste, en zij voelde zich een kind

Sluiten