Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in haar hoofd, als een gat in hare hersenen; waarin haar armen, die hem omknelden, slap en moê waren neergevallen langs haar lichaam. Maar ze verdrong die gedachte, lachte er nu om. Dat was niets geweest immers; kón toch niets zijn... dat was voorbij gegaan zoo gauw als het gekomen was; het zou dwaas zijn zich daar nu nog door te laten beangstigen.

V

Op een middag, een boodschap doende bij Perry, had zij hem temidden van wat andere menschen in den winkel eensklaps zien staan — : Fré...

Hunne oogen ontmoetten elkaar, en zij het van schrik haar zakdoekje dat ze met haar mof en haar beurs in dé hand hield vallen. Er stond slechts één dame tusschen hen nu, en zij zag — terwijl de winkelbediende tegen haar sprak en zij luisterde — Fré snel zich bukken en 't zakdoekje oprapen; toen ze een oogenblik later nog eens, steels, haar oogen zijn kant het uitblikken, was hij verdwenen.

Weêr buiten, op straat — er brak juist wat zon door de wolken — scheen alles haar heel anders dan een oogenblik te voren, als was zij in een andere stad met andere huizen en andere menschen. Het geklank der trambellen geluidde anders; het geratel van karren en rijtuigen brokkeliger, scheller. De huismuren, de reclame-schuttingen, de etalages, een kiosk op de Plaats, schetterden in de zon met feHe kleuren. . . , .- . WA

Langzaam hep zij voort langs den Vijverberg, denkend aan Fré, aan haar zakdoek. Aan haren vinger bengelde het pakje van Perry. Fré had den zakdoek bij zich gestoken, zou dien vandaag of morgen zelf komen terug brengen; hij zou haar te spreken vragen en zij zou hem ontvangen. Zij stelde dat alles kalm zoo vast, als iets dat van zelf sprak en dat zij aanvaarden ging zooals het gebeuren zou. Nóg wilde zij er zich geen rekenschap van geven wat uit zijn bezoek zou voortvloeien; hoe zij zich gedragen zou en wat zij zou zeggen. Er was in haar, onder de kalmte van haar denken, toch een heel klein weinig angst ook, angst om dóór te denken hare gedachten, die zich rustig konden bepalen bij het allernaaste: Fré die komen zou om haar den zakdoek terug te brengen... i

Thuis ging zij dadelijk naar de kinderkamer, kuste Carolientje.

Sluiten