Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheen zich te gaan beteren, na de plasregens van dagen lang. De lucht leek frisch gewasschen blauw met witte wolken, die snel voorbij dreven; de wind streek door de kale popuheren, de lagere heesters, waaraan hier en daar reeds groote knoppen. Nog wel schraal leek de wind, maar toch scheen 't Annie of er al iets voorjaarsachtigs zijn moest in de lucht. Jammer dat ze niet uit kon gaan nu; op Fré moest wachten...

Terwijl ze zoo dacht hing haar oog aan een juffrouw, die ginds van uit een serre der overkanthuizen een stofdoek uitsloeg; in een andere serre zag ze een meisje in een rood japonnetje haar planten begieten. Iedereen was bezig, behalve zij... dacht Annie, met een blik nu weêr in haar boek, waar altijd weêr dezelfde passage haar aanstaarde. Er stond een drukfout in een woord: goote voor groote, en het was gek om telkens weêr die drukfout te zien ... Het was een moderne Hollandsche roman uit de leesportefeuille; ze had het eind al gelezen en nu interesseerde het haar niet meer. En dan die ellelange beschrijvingen altijd in de Hollandsche boeken; ze las liever Engelsch of Fransch.

Om half een kwam Willy thuis om koffie te drinken. Zij trachtte hem een opgewekt gezicht te toonen, al had zij het land over haar heelen morgen van vergeefsch wachten op Fré. Ze voelde zich onrustig en geprikkeld; ze wist dat ze zou weigeren moeten Fré te ontvangen, de meid den zakdoek moest laten aannemen, al scheen dat dan ook onbeleefd. Zij had met Fré gebroken en het moest daar bij blijven;'t werd voorjaar, de moeilijke tijd was gauw voorbij: Willy kreeg het spoedig minder druk en dan wilde ze leven en gelukkig zijn met hem en haar kind. Fré... dat was het andere, dat alles wat ze niet wilde, waarvoor zij bang was, juist omdat zij diep-in er die smachting naar had...

En zij lachte met Willy, plaagde hem; na de koffie wandelden zij even het groote bosch in, de vijvers om, genietend van de zon, die de honderden boomstammen verfde met een frisch grijs-groen als gevernist; van het fijne netwerk der takken tegen het wemelend luchteblauw; van de zoelige koeltjes die de wind om hun wangen spoelde. Ja heusch, Willy vond óók dat je 't voorjaar al proefde, en hij had op een stil plekje vol jolig jolijt zijn arm om haar heen geslagen en haar gekust, dat ze helder had opgelachen.

Zij bracht hem naar zijn kantoor in de Anna Paulownastraat; het was nog vroeg en zij ging even meê naar binnen. Zij snuffelde rond in het voorkantoor waar de lessenaars

Sluiten