Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij rook dc wrang-duffe stoflucht der moquette, nu zij haar gezicht aandrukte tegen de leuning, en zoo, in 't volslagen donker nu, bleef zitten.

Haastig, als werd hij nagezeten, beende de tik van de pendule de stilte door, zonder ophouden, zoodat het scheen of hij, nagezeten, liep in een kring ... zonder einde ... Beweegloos lag Annie in den stoel, luisterend naar dien vluchtigen tik, die beende als met groote stappen door de stilte — en plotseling scheen dat tikken haar een rettelend katrol dat rolde : tik-tik... tik-tik ... tik-tik...; een katrol waaraan onzichtbare v handen eindelooze taaie reepen stilte oprolden, altijd maar stilte uit de kamer waar zij zat en die nooit leêger van stilte werd, zich steeds weêr vulde, alle leêge -boekjes dadelijk weêr aanvulde met de taaie dikke massa, die door 't katrol aan reepen werd opgerold, altijd maar opgerold ... tik-tik ... tik-tik ... tik-tik... De eentonige roep van den koopman buiten, achter de blauwig-schaduwende laddertjes tegen 't raam, was de roep van de matrozen die rolden, altijd maar rolden ... Hajooo, Hajooooo ...

Toen, plotseling, schrok zij op; zat rechtovereind; streek weer met de hand over 't voorhoofd. Zoo vreemd voelde zij zich, zoo slap, zoo moê ... zoo moê ...

Zij dacht aan Willy — die was in Rotterdam; en aan Fré — die was in Londen met een paar vrienden. Iedereen het haar in de steek: Willy en Fré... en zij zat hier maar in die stille kamer te luisteren naar dat tik-tik, tik-tik, tik-tik...

Overmorgen zou Fré terug komen; overmorgen zou ze zijn gezicht weêr zien, zijn armen om zich heen voelen, en zijn zoenen... op haar mond ... Verlangde zij naar hem ? O got, ja, ja ... nu, dat zij aan hem dacht, begon al weêr haar bloed te woelen, gingen de heete rillingen over haar rug, als vuur onder haar huid. Zij omklemde met hare handen de crapaud, drukte haar hijgende borst tegen het bekleedsel en zocht met onrustige lippen, die vochtig werden... zócht...

Toen zat zij weêr stil, als verdoft; streek zich met de hand langs het voorhoofd. — Wat was ze moê... zoo vreemdleêg van binnen, en net alsof er gaten in haar hoofd waren. Ze werd oud, ze werd heel oud, geloofde ze. Gisteren, op die soiree bij de van Breughels, had ze dat óok gevoeld — eensklaps — in die hei-verlichte kamers, terwijl de anderen om haar heen hadden gepraat. Wat hard was dat geweest, dat praten, al die stemmen... en wat had ze zich öud gevoeld. Ze had wel willen weg vluchten, wég van al die menschen, als ze gedurfd had. Kwam dat door hare hefde voor

Sluiten