Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die twee toch zoo lang !... en waarom lachten ze... Waarom was Fré niet hier... hier naast haar ?...

Een felle jaloezie doorvhjmde haar; deed het bloed in hare slapen bonzen.

Eindelijk, nadat de paarden de finish hadden bereikt en de winner onder daverend gejuich langs de tribune naar 't paddock reed om zich te laten uitwegen — daar kwam moeder aanzetten, zonder Fré; bleef onderweg nog even haken aan meneer van Dortmalen, 't gekje met zijn kalen schedel, die aan alle dames van zijn kring het hof maakte. Daar wees moeder met het hoofd naar haar, Annie; en het baronnetje keek, lichtte zijn hoed, zoodat zij zich wel verplicht zag even, uit de verte, te knikken.

— Ans, kind, het spijt me, maar ik kon van van Hemert niet los komen: hij heeft me verteld, maar neen... niet hier ... straks onder 't naar huis rijden ... Weet je dat ik op Lady ^Clarck met een halslengte gewonnen heb; Feltz heeft me 'n goeie tip gegeven...

Fré had gereden in de steeplechase en was eerste aangekomen. In 't intieme kringetje zijner kennissen werd hij toegedronken met champagne; van Heerma ter Wielen, van Halsteren, van den Honert met hunne dames verdrongen zich om hem; ook Feltz en een paar anderen, die vooral de dames het hof maakten. Sophie Hada was met haar dochter eveneens gaan gelukwenschen; het kind was zoo stug en zoo stil; ze was haast niet meê te krijgen geweest... maar zij, Sophie, had haar gedwongen. Wat 'n malligheid; iedereen ging immers. Warm en bestoven vonden zij Fré tusschen zijn kennissen; hij stond met zijn glas half geheven en lachte den kring rond. Irma van Halsteren, koket, wilde met hem aanstooten; Annie zag haar donkere zigeuner oogen tot hem oplachen van onder den witten struisveêren hoed, en ze had haar willen slaan, dat nest 1 Ze zag moeder... Maar ze keek niet meer; bleek, met geknepen lippen, wendde zij zich af; bah, bah, ze stikte hier... ze wilde weg... weg uit dien rommel hier... o got... ze walgde zoo van alles...

Toen had ze opeens zijn stem gehoord, heesch-fluisterend vlak bij haar. — Annie ... wat beteekent dat... wat doe je zoo dwaas... zoo ineens weg te loopen... ze denken dat je ziek bent... wat bezielt je toch, hè...

Ze stonden op een eenzaam plekje opzij van het hotel; van 't voorterrein klonken stemmen. Zij voelde zich verkillen, als steeds wanneer hij zóó tot haar sprak; koel zag zij hem

Sluiten