Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weêr over 't voorhoofd zooals zij herhaaldelijk doen kon den laatsten tijd, als zij alleen was. Het was zoo vreemd, 200 roezig in haar hoofd, en toch zoo leeg. Onrustig speelden hare vingers met de slippen van haar bont, omgedaan tegen de avondkoelte. Toen stond zij op en begon de kamer op en neêr te loopen, wachtend op Fré. Waarom kwam hij niet? Zou hij nooit terug komen? Hij had immers gezegd, 't kon zoo niet blijven, en hij had gelijk: het kon niet, en zij wilde ook niet...

Zij dacht het kalm; ze was zoo moê, zoo slap; ze verlangde te sterven... Dood te zijn; geen moêheid meer te voelen; niet meer dat leêge in je hoofd. En als ze dood was dan kon Willy ... dan kon Willy...

Zij het hare gedachten slippen, te moê hare zinnen door te denken: ze duizelden weg uit haar hoofd, losten op als rookwolkjes. Op en neêr, op en neêr hep ze, frommelde met hare vingers aan het tafelkleed, bleef even staan bij den narrekop, wiens grijns verstard was in de stilte. Een doodskop leek het... rilde zij. Toen viel haar oog op de kast; daar stond wijn, wist zij; ze had dorst, ze voelde zich zoo flauw...

Zij draaide den sleutel om, zag de portkaraf, doch zonder glazen. Die stonden zeker in de andere kast; daar zag ze den sleutel niet van; ze kon toch niet... drinken uit de karaf...

Daar bedacht zij: een glas van zijn waschtafel. Zij bukte de portière onderdoor en ging zijn slaapkamer binnen. Even huiverde zij van de avondkilte; het raam stond nog open. Toen zagen haar foogen naar het bed met de hoog wit opstolpende kussens, de grijs-blauwe sprei. Daar had zij... met Fré ... Neen, neen, ze wilde er niet aan denken : met Fré was het uit... Fré en mama ... Zij... ze wilde sterven ... ze was moê... en zoo leêg... Wat kwam ze hier ook weêr doen ... o ja, dat glas ...

Zij nam het glas: een rond, grof glas met dikke randen. Zij ging er meê terug naar de andere kamer en schonk het vol port, zette het aan de lippen en dronk het uit in twee lange teugen. Haar tanden klapperden tegen den rand.

Dan zette zij zich op den divan; voelde zich minder flauw. Het scheen of haar bloed sneller te stroomen begon; toch werd zij niet rustiger, zooals ze gehoopt had. Er roesde van allerlei door haar hoofd: reminiscenzen aan romans die ze gelezen had: mannen schietend op hun minnaressen; vrouwen die vergif innamen. Zij... wilde zij werkelijk

Sluiten