Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EPILOOG

Op 't perron van het kleine stationnetje hep Jet Broeckaerts heen en weêr, wachtend haar Haagsche logeetje. Af en toe ging haar blik over de wijde velden aan den overkant van de spoorlijn, ontcierd alleen door een groot blauw bord met gele letters : een reclame voor Sunlightzeep. Dan stond zij stil en liet haar oog langs de glimmende rails in de richting van Ede gaan; keek op de spoorklok, die kwart vóór twaalf "wees.

De chef, met zijn wijnroode pet op het ieder jaar wat grijzer wordend kort geknipt haar, kwam even, gemoedelijkbeleefd, een praatje maken; vroeg naar de gezondheid van mevrouw hare moeder; hij had mevrouw nog gisteren een toer zien maken met de oude mevrouw Hada: een krasse vrouw ook, mevrouw Hada — je zag haast niet dat ze ouder werd...

De seinklok aan den overweg zing-zangde haar twee toontjes de wijde velden over, en de chef vergeleek zijn horloge met het uurwerk schuin boven zijn hoofd. Jet staarde weêr in de richting van Ede, en 't was of een dof gedreun den stoffigen bodem tusschen de rails deed sidderen. Wat witte rook aan de kim, en dan vulde zich het zonnig perspectief met den naderenden trein.

Voor 't raampje van een Ie Dames had Jet het wuivend logêetje dadelijk herkend; zij groette terug door even haar parasol op én neêr te bewegen. Zij hep meê met den nu langs den houten perronrand schuivenden trein, tot hij remmenknarsend stilstond, en wachtte tot de hoofdconducteur het portier kwam openen.

— Dag Jetteke 1 Hoe vreeselijk aardig dat je me komt afhalen. Wacht, heb ik nu alles: mijn taschje en mijn recu en... o, daar zou ik nog mijn parapluie vergeten...

Sluiten