Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bedrijvig zag het logéetje nog eens de coupé rond. De conducteur kwam weêr bij het portier; wilde het sluiten, «t- Er uit of er in dame ...

— Hemel, er uit natuurlijk I riep het logéetje. — Verbeeld je dat ik door naar Arnhem ging.

Ze nam haar rokken bij elkaar en was met een sprongetje de treeplank af en in Jets armen.

— Dag Kitty; gezellig dat je er bent, zeide deze, het recu overnemend en aan den witkiel reikende.

— Heusch, heusch, méén je het; vindt je 't gezellig 7... en je mama? Ben ik heusch niet lastig? drong het logéetje behaagziek.

— Welnee; mama óók natuurlijk, zei Jet kort. Kitty was nog altijd hetzelfde onuitstaanbaar nest van vroeger.

In het rijtuig [was het gekomen. Kitty had al een paar maal nerveus aan haar taschje zitten morrelen; het half geopend en weêr dicht geknipt. Onderwijl had zij daarbij Jet een paar maal van ter zijde aangezien en eindelijk aarzelend gezegd: — Ik kom met groot nieuws uit de residentie — er is iets vreeselijks gebeurd, een groot schandaal... vanavond zullen alle bladen er wel vol van staan... En het betreft iemand die jij... die jij óok wel kent, geloof ik...

Jet had zich bruusk naar haar toegewend, haar arm gegrepen; met verschrikte oogen zag zij Kitty aan.

— Wat is het... Got, Kitty spreek toch... wat is het dan?... Nu knipte het logéetje rezoluut haar taschje open en haalde

er een verfrommelde courant uit.

— Hier... het ochtendblad van Het Vaderland... lees maar zelf...

En Jet las:

DRAMA HIER TER STEDE

Gisteren avond heeft zich in een perceel in de Prins Hendrikstraat alhier een vreeselijk drama afgespeeld, te ontzettender omdat het personen betreft uit de voorname kringen der residentie. Omstreeks half negen werd mevrouw de Wed. E., tailleuze alhier, opgeschrikt door een tweetal schoten die uit de appartementen van den naast haar wonenden luitenant der Huzaren F. C. H. van H., schenen te komen. Doodelijk verschrikt waarschuwde mevrouw E. de politie, die, toen zij op haar schellen geen gehoor ontving, de deur forceerde. In de slaapkamer van den luitenant, die zelf afwezig was, vond men het lijk van een vrouw, hetwelk gebleken is te zijn dat van Mevr. T. K.-H., de echtgenoote van Jhr. Mr. T. K. alhier, met wie de genoemde officier reeds geruimen tijd betrekkingen scheen te onder-

Sluiten