Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te vinden) en als de jongen bijna „vlug" zijn, ga er dan eens stilletjes heen. Op een gegeven dag zult ge zien hoe de moeder dicht bij het nest staat en tegenover de jongen haar vleugels uitspreidt; dan duurt het niet lang, of de kleintjes staan op en doen haar met uitgebreide vlerkjes na. Dat is de eerste les. Den volgenden dag ziet ge misschien hoe de oude vogel zich op de teenen opgeeft en zich door heftig fladderen in evenwicht houdt. Weer doen de jongen dit na, en zoo leeren ze al gauw dat hun vleugels het vermogen hebben hen te dragen. Den daarop volgenden dag kunt ge de beide ouden takop, takaf om het nest heen zien springen en als de afstand groot is, gebruiken ze hun vleugels. De kleintjes doen aan 't spelletje mee, en ■— kijk eens aan! ze hebben leeren vliegen, zonder ook maar in 't minst te beseffen dat ze er les in kregen.

Dit alles heeft natuurlijk slechts op de hooger ontwikkelde diersoorten betrekking. De dieren, die nog op een lagen trap staan, worden in hun jeugd niet onderricht; om de eenvoudige reden, dat ze maar zoo'n schijntje hoeven te weten en 't met hun instinct alleen wel afkunnen. De meer ontwikkelde echter moeten niet alleen zichzelf kennen, maar alles weten van de wezens, die onder hen staan, omdat ze van die wezens afhankelijk zijn — het is hun voedsel; en een beetje moeten

Sluiten