Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kikkers, bij wie zich op sommige tijden dezelfde sterke neiging tot trekken openbaart. Als ze aan zichzelve werden overgelaten, zouden de jonge vogels in het Noorden of in 't Zuiden nooit hun nest terugvinden. Er is echter iets anders, dat hen drijft, nog sterker, en wel dit: ze willen met den troep meevliegen. De jongen sluiten zich dus aan bij de trekkende vogelscharen en leeren door de ouden, die meer ervaring hebben, en niet door hun instinct, den veiligen weg naar de kust kennen — de zeeën over, wildernissen door, nog door geen menschelijken voet betreden, tot daar, waar hen een ongestoorde rustplaats en voedsel wacht. De eenige uitzondering op dien regel, voor zoover mij bekend is, maken de pluvieren misschien. De jongen trekken een dag of tien, twaalf vroeger dan de ouden naar het Zuiden, het groote gebied van Labrador tot Patagonië over. In een groote vlucht jonge goudpluvieren, die door een plotselingen Zuidoosterstorm gedwongen waren op onze kust aan land te gaan, heb ik er een enkelen keer twee, drie oude waargenomen, kenbaar aan hun zwarte borst; en ik twijfel er geen oogenblik aan, of deze oudere vogels zijn de gidsen. Ook komt het mij voor, alsof zij bevelen geven bij de eindelooze vliegoefeningen, die de pluvieren zoo geregeld houden als een peloton soldaten.

Sluiten