Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar haar leger was. Toen ze mij zag, bleef ze als aan den grond genageld staan, trillend over haar heele lichaam, haar ooren als twee beschuldigende vingers naar voren gericht en een vreeselijken angst in haar zachte oogen, als zij haar jongen ontdekte met haar aartsvijand tusschen zich in, die zijn handen op hun onschuldige halsjes hield. Haar lichaam wendde zich om te vluchten, elke spier gespannen tot den sprong, maar 't was, of haar pooten in den grond waren vastgeworteld. Langzaam ontspanden de spieren zich en hernam ze haar evenwicht, haar oogen vast in de mijne; zoodra de gevaarlijke geur haar echter in den neus drong, zwenkte haar lichaam weer. Toch bleven de pootjes nog staan; ze kon niet heengaan, kon haar oogen niet gelooven. Maar, terwijl ik rustig stond af te wachten en alles wat ik aan vriendelijkheid voelde in de uitdrukking mijner oogen poogde te leggen, barstte het met scherp keelgeluid k-a-a-h 1 k-a-a-h! *— het noodsein der herten— als trompetgeschal door de bosschen en snelde zij 't beschermende kreupelhout weer in. Bij dat geluid sprongen de kleintjes op, alsof ze gestoken waren en doken aan den tegenovergestelden kant in het kreupelhout. Maar die vreemde omgeving maakte hen angstig; de schorre kreet, die maar door de opgeschrikte bosschen snerpte, vervulde hen met een namelooze ontzetting. Dade-

Sluiten