Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zag ik haar door het ruige kreupelhout langs den wateroever breken. Dan gunde zij zich nauwelijks den tijd om even rond te kijken en te snuffelen of er geen gevaar aan de lucht was, en sprong op de bladeren van de waterlelies af. Soms lag mijn kano in 't volle gezicht; ze lette er echter niet op, maar rukte de sappige knoppen en stengels af en slikte ze door met een graagte, alsof ze een uitgehongerde wolf was. Dan roeide ik weg, sloeg de richting in, waar zij vandaan gekomen was en ging ijverig naar de kleintjes zoeken, tot ik ze vond.

Dit gebeurde echter maar twee of drie keer. Ze waren al schuw geworden, herinnerden zich niets meer van onze eerste ontmoeting, zoodat ze, als ik mij vertoonde of te dicht in hun buurt een takje het knappen, in een ommezien in 't kreupelhout gesprongen waren. Het eene ging er altijd halsoverkop van door, met zijn witte vaantje wuivend, om te toonen dat hij zijn les had onthouden ; het andere liep in een zigzaglijn weg en hield op eiken hoek dien hij maakte stil, om achterom te kijken en mij nieuwsgierig met oogen en ooren op te nemen.

Zoo'n ongehoorzaamheid kon maar op een manier afloopen ■— dat bleek mij op een middag ten duidelijkste. Was ik toen zoo'n bloeddorstig roofdier geweest, zooals er in de wildernis rondsluipen, dan

4

Sluiten