Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rennen, het hertenpad op, recht naar mij toe, tot het nog maar twee sprongen van mij af was. Toen pas kreeg het den man in 't oog, die daar voor hem op 't pad geknield lag en hem rustig gadesloeg. Bij die vreeselijke ontdekking stond het stokstijf stil en scheen ineen te krimpen onder mijn blik; dan schoof het langzaam op zij naar een grooten

boomstronk, verschool zich tusschen de wortels en bleef roerloos staan, — een alleraardigst beeld van onschuld en nieuwsgierigheid, omlijst door de ruige bruine wortels van den sparretronk. Dat had hij het eerst geleerd: zich te verstoppen en stil te houden, maar zijn tweede voorschrift was hij heelemaal vergeten, juist toen het zoo hoog noodig was. Wij keken elkaar een volle vijf minuten aan, zonder een wimper te bewegen. Toen ontalipte hem langzamerhand ook

zijn eerste lesje: hij schoof weer zijwaarts naar het pad, kwam aarzelend..., sierlijk..., twee passen naar mij toe, en stampte grappig met zijn linkerpoot. 'tWas een jonge bok en dat stampkunstje kende hij, zonder dat het hem ooit geleerd was. Het is al zoo'n oude krijgslist, om iemand een beweging te laten maken, om iemand door dat geluid en dat dreigende gebaar te verschrikken, en zoo te laten merken wie je bent en wat je voorhebt.

52

Sluiten