Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de berichten overseint, in den neus kreeg en hem buiten gevaar bracht.

Wie met open oog en oor een week of wat in de wildernis leeft, merkt al gauw dat alles er niet is overgeleverd aan wetteloosheid en blind toeval, zooals het lijkt, maar dat hij er te midden van wetten en regels woont — een staat van zaken, die al van veel ouder datum is, dan die, waaraan hij is gewend en waar het ook niet geraden is in te grijpen. Ik voelde mij niet op mijn gemak, toen ik in den stillen schemeravond langs het hertenpaadje liep; en mijn onrust verminderde niet, toen ik op een boomtronk, een meter of wat van de plek verwijderd waar het hertje den eersten keer voor den dag kwam, de prent van een grooten lynx ontdekte. Het her tenhaar en de versplinterde botjes, die er overal lagen, verrieden mij waar hij zijn middernachtelijk maal mee gedaan had. In de laagte, waar datzelfde hertenpad op het meer uitliep om de boschbewoners te laten drinken, stroomde een beekje. Buiten de monding van dat beekje lag een diepe waterkom tusschen de rotsen, en in die kom woonden een stuk of wat dikke forellen. Daar was ik eens op een avond .— een dag of veertien later — bezig om te probeeren of ik niet een paar van die forellen voor mijn ontbijt kon bemachtigen.

Het waren leeperds. Overdag hoefde je al niet

Sluiten