Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

altijd overlangs droeg, met den kop vooruit, om zoo weinig mogelijk weerstand aan den wind te bieden.

Wie de jongen zag voeren en merkte hoe netjes Ismaques ze opvoedde, kreeg stellig nog meer eerbied voor hem. Was het een groote visch, dan werd hij aan flarden gescheurd en bij stukken en brokken aan de jongen gegeven, die met voorbeeldig geduld elk zijn beurt afwachtten; geen gedrang, geen geduw om den eersten, grootsten hap, zooals we dat in een roodborstjesnest zien. Was het een kleine visch, dan kreeg een van de jongen hem in zijn geheel, die hem dan zoo goed en zoo kwaad als 't ging naar beneden werkte, terwijl de moeder weer naar het meer schoot om er nog een te halen. Het tweede jong stond onderwijl op den rand van het nest, piepte haar een goede vangst na en wachtte, tot het zijn beurt zou wezen, zonder er blijkbaar ook maar een oogenblik aan te denken van zijn broertje naast hem wat af te grijpen.

Vlak beneden de arenden, tusschen de takken van hun woning, hadden een paar Vlaamsche gaaien hun nest gebouwd en hun jongen grootgebracht met de kruimels, die er overvloedig van „den disch des rijken" vielen. Het was buitengewoon merkwaardig de verandering gade te slaan, die er door deze ongewone vriendschap in den aard van den

Sluiten