Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich tusschen hen invallen, en scharrelde daar rond, roepend, vragend — want nooit is zijn nieuwsgierigheid bevredigd. Zoolang ze alleen namen wat hun toekwam, maakte hij er geen herrie over, maar hij was er om de wacht te houden en hij peperde ze geducht hun vergissing in, als ze lieten blijken dat ze wat kwaads in den zin hadden tegen 't nest daarboven. Terwijl ik eens in mijn kano langs den oever gleed, hoorde ik de meerkollen alarm slaan; ik kon mij onmogelijk vergissen. De vischarenden wiekten in groote kringen boven het meer, terwijl ze loerden naar het geglinster van visch aan de oppervlakte, toen de kreet tot hen doordrong en ze vlug als de wind op het nest afschoten. Ik zette van den kant af en zag hoe ze in snelle kringen boven de boomtoppen wielden met korte, doordringende kreten van woede. Daarna begonnen ze heftig op het een of andere beest te stooten, dat beneden bezig was in den boom te klimmen — waarschijnlijk een vischmarter. Ik naderde voorzichtig om te zien wat het was, maar voordat ik de plaats bereikte, hadden ze den indringer al verjaagd. Een heel eind het bosch in hoorde ik een van de gaaien, die tierend achter den roover aantrok, om den vischarenden te wijzen waar hij was. De andere gaai zat, door de groote, donkere vleugels boven in de lucht beschaduwd, ineengedoken bij

6

Sluiten