Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar de moeder heeft een ander plannetje in haar wijzen kop. Zij weet dat de jongen nog niet moe zijn, alleen hongerig, en dat er nog een boel te leeren valt, eer de scholen zwartvisschen van de zandbanken verdwijnen en zij met hun allen naar de kust moeten trekken. Zij weet ook dat ze tot nu toe nog twee dingen niet geleerd hebben, waar zij hen juist voor hier gebracht heeft: een visch altijd te grijpen, zoodra hij boven komt, en steeds aan den voorkant, onder den schuimkam, op een golf neer te komen. Daarom pakt ze haar visch stevig vast, buigt langzaam wiekend haar kop voorover, verlamt hem door één houw van haar krommen snavel in de ruggegraat en laat hem dan weer in de schuimende golven vallen, waar ik hem zoo nu en dan aan de oppervlakte kan zien worstelen, want ik ben boven op mijn rots gesprongen. Tsjie-iep! „probeer 't nu eens," fluit zij. Pip, pip! „daar gaat hij!" roept het jong, wien het daar straks mislukte. Zzzzt! gaat het naar beneden, heelemaal er onder, ongeduldig als hij door zijn honger is; aan geen voorschrift of voorbeeld denkt hij; probeeren vindt hij niet meer noodig.

Weer schieten de golven over hem heen, maar er klinkt voldoening uit het gefluit van de moeder, waaruit ik opmaak dat zij hem in 't oog heeft en dat hij 't er netjes afbrengt. In een wip is hij er

Sluiten