Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zingen, wanneer ik een nieuwen haak bevestig om den ouden te vervangen, waar een gekwelde aal zich beneden in de modder van tracht te bevrijden. Had ik maar iemand gehad om mij dat zoo te leeren, dan zou ik nu stellig beter kunnen visschen!

Toen de moeder den volgenden dag met haar twee jongen het meer kwam opvliegen naar de zandbank toe, wachtte hen daar een verrassing. Wel een half uur had ik op de landtong staan uitkijken om hun voor te zijn, als ze kwamen. Er was voor mij iets raadselachtigs in de manier, waarop Ismaques vischt, en dat is er nog. Ving hij nu zijn visch nog met zijn bek, net als mink en otter dit doen, dan zou ik het beter begrijpen; maar om een visch — die zoo vlug is als een bliksemflits — onder water met zijn klauwen te grijpen, waar hij toch geen visch en geen pooten meer onderscheiden kan, als hij er in geplonsd is, daartoe is toch een berekening noodig, verbijsterend in een vogel. Om er nu eens achter te komen hoe dat toch gaat, had ik een list bedacht. Nauwelijks kwamen de visschers in 't zicht en klonk hun gretig gepiep hun al flauw vooruit over het meer, of ik pagaaide haastig van wal af en liet een stuk of zes zwartvisschen in het ondiepe water los. Die had ik, zoo lang ik kon, in een grooten emmer in 't leven gehouden, en ze hadden

Sluiten