Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot den rand van de kolk. — Er viel een schaduw over het water en ik keek op om te zien hoe de groote adelaar daar boven mij de machtige luchtstroomen doorkliefde, hoe hij zich daar in evenwicht hield en met hen speelde, net als de visschen in het vlietende water beneden. Eerst spande hij zijn wieken pal tegen wind in, toen steeg hij met een vaart schuin naar boven, als een vlieger, die goed is opgelaten. Maar dat ging hem veel te gauw — hij deed het immers maar voor ontspanning, was slechts uit louter nieuwsgierigheid beneden bij het water gekomen, om eens te zien wat daar te doen was; en terwijl ik door mijn verrekijker zijn vleugeltoppen scherp in 't oog hield, zag ik dat de schachten nauw merkbaar draaiden, als om den wind langs hun onderkant te laten afglijden — zooals een schipper zijn schoot viert om de vaart van het schip te verminderen — en de prachtige, stijgende spiraalvlucht begon.

Hoe een adelaar dit precies doet weet hijzelf alleen. In hoofdzaak is het iets, dat langzamerhand geleerd moet worden. De jonge vogels slaan er gewoonlijk al een heel droevig figuur mee, wanneer ze het voor 't eerst probeeren, achter de moeder aan, die vlak boven en voor hen uit kringt om ze te wijzen hoe het gaat. De adelaar zweeft in langzame, statige kringen

101

Sluiten