Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrije leven, aan het droevige van ons onnatuurlijk menschenbestaan, en er komt plotseling een floers voor mijn oogen.

Als mijn blik de diepe kolk weer opzoekt en op de zachte oppervlakte rust, die glanst in stille kleuren, beweegt het kalme water aan mijn voeten. Daar is ook leven. De vreugde hoort niet alleen in de hemelen thuis, maar is op aarde evenzeer. Een lange tak van een gevelden boom lag een eind in de rivier, en het uiteinde wiebelde en

^J*§P^p*X schildpad den tak ontdekt en was er over heen gaan liggen, met een poot om een knoest geklemd, voor een houvast; de andere bengelden en zwaaiden onverschillig heen en weer om goed het evenwicht te bewaren onder het wippen — op en neer, op en neer. De groote, ruischende rivier deed eigenlijk het werk en speelde het zwijgende spelletje mee. Zoo lang als ik naar haar bleef kijken — wel den halven morgen — lag zij daar te bengelen, te wiegelen, op en neer te zwiepen, verheugde zij zich in haar klein leventje. Dat was nog niet groot genoeg, om te beseffen wat genot eigenlijk is, maar zij

zwiepte regelmatig in den stroom op en neer. Terwijl ik naar den adelaar keek, had een kleine

Sluiten