Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zij angst voelden of bang waren voor een kleinen domoor, die zijn kopje zou kunnen bewegen en de aandacht van den arend op hen vestigen. Een oogenblik later gleden ze allemaal weg, hun kopjes naar mij gewend om mij nieuwsgierig te bekijken, met zacht, vragend: kwit-kwit; en dadelijk gingen ze de droge frambozen oppikken, die daar in overvloed verspreid lagen. Ook niet een van hen dacht meer aan den arend, die daarnet was neergeschoten. En waarom ook? Hadden ze hem daar juist niet heerlijk voor den mal gehouden, en keken zij niet scherp genoeg uit hun oogen om het weer te doen, als het noodig mocht wezen? Ik liep daarover te peinzen en mij te verbazen over die wonderlijke soort van vrees, die geen eigenlijke vrees is, niets geen overeenkomst heeft met onzen angst voor de toekomst, maar slechts groote waakzaamheid beteekent — toen er een gekraak in de takken ontstond en er een groote bok langs het pad kwam aanspringen. Vlak bij mij stond hij stil om zich luisterend om te keeren, met zijn gewei te schudden en hard met zijn pooten te stampen, verontwaardigd over zoo'n spektakel in zijn rustige wouden; toen snelde hij langs mij heen. Onder zijn fluweelen huid werkten zijn forsche spieren als goed gesmeerdemachinedeelen. In plaats van daarna zijn weg in de richting van het water te vervolgen, sprong hij een gevallen

Sluiten