Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch speelden de jongen met elkaar, toen zij door de kale, onttakelde bosschen rondzwierven om voedsel te zoeken. En ik heb in het Noorden aan den zoom gestaan van de wanhopig eenzame vlakten, als de ijzige rukwinden over die verlatenheid gierden en het was, alsof alle behaaglijkheid zoo diep begraven lag, dat alleen de raad van Jobs vrouw: „zegen God en sterf , er toepasselijk scheen te zijn; en midden in die godslastering... fladderende vlerkjes, geglim en gefonkel van heldere oogjes, getwetter van zwartkopmeesjes, verheugd aan 't roepen tegen elkaar, druk bezig de takken, die de vorst in ijs genepen hield, van onder tot boven na te zoeken naar het beetje, dat de natuur daar in 't najaar wel ergens verstopt zou hebben, in de dagen van overvloed. Op eens een aardig, helder geluid, alsof er een engel op een fluitje had geblazen, een liefdesbetuiging, dat het tinkelde over de troostelooze verlatenheid, om mij te vertellen dat het lente werd en dat het leven ondertusschen wel het leven waard was — zelfs hier. Eén ding is zeker : de natuur zorgt zoo goed voor haar kinderen — geeft ze eten zonder zorgen, stille kleuren om niet in 't oog te loopen, en rappe pootjes om mee weg te snellen — dat ze zelden over iets anders denken dan over de gewone levensbehoeften en

Sluiten