Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rcns. Hij rustte zoo vredig voor het eerst van zijn leven bij moeder aarde, — dood.

Toen ik den vorigen zomer in de wildernis kampeerde, was er achter mijn tent een kleine bron. Ik ging er vaak heen; niet om te drinken, maar om er stilletjes een poosje tot rust te komen en te zitten kijken naar het koele water, dat uit de donkere aarde tusschen de dansende keitjes opborrelde, en weggleed in de varens, in het mos, om trouw zijn taak te vervullen en overal lafenis te brengen. Wanneer ik daar zoo zat te kijken, kwamen af en toe de kleine boschbewoners haastig op het zachte geklater, dat al wat dorstig was lokte, af om te drinken. Als ze mij dan zagen, krompen ze terug in de varens, om er door te gluren en te luisteren; maar de kleine stroom murmelde ongestoord verder, en het einde was ten slotte altijd dat ze weer voor den dag kwamen en mij beschouwden als een kameraad, omdat ik naast hun bron zat. Toen ik weer eens kwam, zat er een zangvogeltje op een dennetak, die over de bron hing, alsof hij haar wilde beschermen. Verscheiden dagen had ik het daar al zwijgend zien zitten of rondfladderen in het kreupelhout. Maar zelden dronk het; het scheen er, evenals ik, alleen te zijn, omdat het van dat plekje hield. Het was oud en eenzaam;

Sluiten