Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben van den dood. En ik heb wel grooter beesten — konijnen, hazelhoenders, herten —, zoo lijdelijk onder de klauwen of de nagels, die ze half verpletterden, zien liggen, dat ik slechts de barmhartigheid der natuur kon bewonderen. De dood was niet wreed, maar weldadig en gehuld in iets zoo vaags, iets zoo onwezenlijks, dat de beteekenis er van geheel voor het dier verborgen bleef en het er zich over verbaasde wat er nu zou gebeuren. Soms sterven de dieren van koude. Ik heb vaak uilen, kraaien, kleine vogeltjes, op zoo'n bitter kouden morgen dood en bevroren aan een tak vinden hangen, met de nagels van een pootje er omheen geklemd. Zoo'n einde is ook barmhartig en pijnloos. Ik ben zelf wel 's winters in de bosschen verdwaald geraakt en heb die heerlijke matheid ondervonden, die de koude geeft, mij zacht voelen sluiten in de armen der sneeuw, die zoo rustig wenkten, toen het ging schemeren en de stilte over het woud lag en menschelijke spieren niet meer konden. Dat is een zachte dood, als de tijd daar is. Soms sterven de dieren van honger, wanneer een ijzige storm alle voerplaatsen bevroren houdt, — en dit is ook nog veel minder erg dan ziekte, onder welken vorm dan ook — ; dat weet iedereen, die wel eens dagenlang zonder eten is geweest. Lang voordat de pijn begint, wordt elke

Sluiten