Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangelokt door de hooge loonen en door de schittering, die in de oogen van den dorpeling uitstraalt van de groote stad. "flS?!^

Hoe bitter werden daar hunne verwachtingen bedrogen !

Zeker, in hun dorp hadden zij 't niet weelderig, maar toch hadden zij daar, wat John Ruskin in zijn „Fors Clavigera" opnoemt als de drie stoffelijke zaken, die onontbeerlijk zijn voor het leven: zuivere lucht, zuiver water, en grond.

En hunne kinderen hadden daar ook (indien zij zelf 't al niet hadden) de drie volgens Ruskin onmisbare onstoffelijke dingen, die noodzakelijke voorwaarden zijn voor een gelukkig leven, namelijk: bewondering, hoop en liefde; want dé nieuwere „eeuwvan-het-Kindsche" begrippen hadden op het platteland hunne averechtsche toepassing nog niet, of niet in die mate als in de steden, gevonden.

Wat vonden die menschen nu in de groote stad ?

Zij ifiisten er de zuivere lucht in en om de kleine woning; de ruimte; het vergezicht; het wondere spel der wolken in verre luchten; de mysterieuse tinten en tonen van het licht bij op- en ondergang der zon; de majesteit der kleuren van bloemen, planten en boomen in hunne verschijning -en wisseling naar de jaargetijden Zij misten er zooveel, waarvan zij het bezit als iets heel gewoons slechts zelden gewaardeerd hadden, doch waarvan zij onbewust tóch den balsemenden invloed hadden ondergaan en zij vonden zich verplaatst in een of andere gore achterbuurt, in een nauw, vuil straatje, begrensd door sombere, hooge huizen, waarvan de lange rij eindigde in de kroeg op den hoek.

De oudere medebewoners wisten nog te verhalen van wat hünne sobere kindervreugd was geweest: de kermis, en tusschen de kermissen in de verschijning van den vreemdgetooiden Schot met den doedelzak, of van den man met den tammen bruinen beer, die dansen kon, en-van de straatmuzikanten, die in gezelschap speelden op hun koperen instrumenten en wat kleur en leven brachten in de buurt. Maar ook

Sluiten