Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat bij de nieuwe regeling der berechting van kleine zaken aan tal van bezwaren gemakkelijk tegemoet gekomen kan worden, het 's nachts in bewaring blijven b.v. — door voorgeleiding voor een hulpofficier, die procesverbaal opmaakt, de getuigen hoort en den overtreder voor den rechter roept tegen den volgenden dag;

dat in elk geval tegenover de overgroote voordeden van kort en snel recht de bezwaren niet te'breed mogen worden uitgemeten, opdat eindelijk aan de tuchteloosheid in het openbaar, die een schande voor ons volk is, paal en perk worde gesteld;

dat het door de Regeering ingediende voorstel tot vaststelling van een nieuw wetboek van strafvordering, hoewel de berechting in kleine zaken bespoedigende, aan de bezwaren van ondergeteekenden niet voldoende tegemoet komt ;

redenen waarom ondergeteekenden met aandrang verzoeken in dit wetsontwerp zoodanige wijziging te willen aanbrengen, dat eene vlugge, eenvoudige berechting van kleine zaken, snelle oplegging en spoedige tenuitvoerlegging van straf voor overtredingen, inderdaad worde bereikt."

Een ander adres, gericht tot den Minister van Binnenlandsche Zaken, wijst er op, dat niét zoozeer behoefte bestaat aan al maar nieuwe voorschriften en verordeningen, maar ook aan ernstige, volhardende toepassing van bestaande verordeningen, zonder aanzien des persoons.

,.Wordt streng, oplettend en zonder onderscheid de hand gehouden aan alle bestaande wetten, verordeningen en voorschriften, dan zullen die — zoo wordt in 't adres gezegd — stellig bevorderlijk blijken om aan de tuchteloosheid mede paal en perk te stellen."

Wederom een ander adres, verzonden 30 Maart 1917, onderteekend door J. M. van Hoogstraten als Algemeen Voorzitter a.i. en mejuffrouw G. A. A. Bouricius als Algemeen Secretaresse a i., en eveneens gericht tot den Minister van Binnenlandsche Zaken, vraagt de instelling eener Staatscommissie. In het adres wordt gezegd:

„dat zij (de Tucht-Unie) sedert hare oprichting

Sluiten