Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot de natuur moet aangewakkerd worden. Sport en spel moeten, meer nog dan thans, bevorderlijk worden gemaakt aan orde en aan zelftucht vooral. De berechting blijve niet langer spotten met wat straf moest wezen. Tegen losbandigheid, straatschenderij, vreemdelingenmolest, verkeersonveiligheid, baldadigheid, dierenplagerij en dierenmishandeling; zedelooze lectuur, afbeeldingen, voorstellingen en liedjes; tegen dronkenschap en zooveel meer kwaad, dat tot wanorde en tuchteloosheid leidt, moet de strijd worden voortgezet.

Wat een Adolf Kolping bereikte voor Duitschland, wordt hier wel door Roomsch-Katholieken nagestreefd in hunne St. Jozefsgezellen vereenigingen, maar moet,' (zij 't dan uiteraard gewijzigd) beoogd worden voor gansch de jongelingschap in ons land.

Ge kent immers, lezer, het Wanderbüchlein van Kolping ? Millioenen exemplaren bezit de R.K. Duitsche jongelingschap ervan. Volgens Prof. Quack („ Uit den kring der Gemeenschap" blz. 96) wordt het op naam van het lid gestelde boekje met zekere fierheid vertoond. Het draagt het beeld van St. Jozef en voorts het motto „Gott segne das ehrbare Handwerk". Dan volgen ter inleiding drie versregels en zes spreuken. De drie versregels luiden:

Wer soll Geselle sein t — Der was kann. Wer soll Meister sein? — Der was ersann. Wer soll Lehrling sein ? — Jedermann.

De zes spreuken zijn de volgende:

1. Doe alles wat gij te doen hebt zoo goed als gij 't kunt en moet: denk er echter aan dat gebed en arbeid elkaar de hand reiken.

2. Wend al uw ijver aan, om tot in alle onderdeden af te maken, wat gij onder handen hebt: goede smaak en reinheid bekoren iedereen.

3. - Verzeker U het erfdeel van een goeden naam: het strekt u tot eer in het leven, tot vertroosting bij den dood.

4. Goede vormen en manieren passen een elk, zoowel den edelman als den handwerksman: in de stad en op het platteland versieren zij iedereen.

Sluiten