Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ANTICHRIST

Hij ging in pracht van purperen gewaden. Zijn oogen waren mild en schoon en week. En voor hem uit liep door de gansche streek Een roepen van zijn goedheid en genade.

Zijn glimlach glansde blijder dan het goud Dat gloeide langs des kostbren mantels zoomen. En die, schoon schuchter, tot hem durfden komen, Was hij zoo mild en als een vriend vertrouwd.

De knielenden nam hij bij beide handen, Kuste hun voorhoofd met zijn koelen mond, Fluisterde zoet hun naam; en geen weerstond De zaligheid van zijner oogen branden.

En als de regen in de voorjaarsnachten, Die langzaam daalt op lentes lauwen adem. Ging van hem uit een zegenende wadem, Die leschte aller harten dor versmachten.

Hij heelde ziekten en geheime nooden Van hen die kwijnden naar ontbeerd genot. Hij was der aarde lang verbeide god, En ieder schikte zich naar zijn geboden.

Sluiten