Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naar ziel en lijf, eén eenig offer, bood,

Als hij der haren donkren overvloed

Streek van het klare voorhoofd; als hij 't oog

Verdroomd liet dwalen langs het helle blauw

Des hemels, of, (de dauwen avondlucht

Was zijner lichte leden wazen kleed)

Ging, vleeschgeworden smachten, gansch alleen,

Den weedom door van 't scheemrig geurend veld.

Zeus zag, en peinsde aan de aanminnigheid

Der oogen en den zoeten prillen mond,

Wiens kuische lieflijkheid was onberoerd,

En aan de schelpen zijner ooren, waar

Het fluisteren der goddelijke stem

Zou wonen als 't geruisen der eeuwge zee;

En aan den bleeken blauw dooraêrden hals,

Even gebogen, vloeiend wederzijds

Uit in de breekbre pracht der schouderen;

En peinsde aan zijn handen, smal en rap,

Die prijkten aan der armen kostlijkheid;

En aan den matten glans der nagelen,

Die droegen op hun flauwgebogen vlak

Den bleeken sikkel van Selenes beeld

Boven der vingren zongebronsde huid;

En peinsde aan zijn jonge ranke lijf,

En aan de huiverende zuiverheid

Der dijen en der knieën blank gewricht;

En peinsde aan de lichte statigheid

Der beenen en d' aanbiddelijken dans

Sluiten