Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GANYMEDES (Fragmenten)

II.

Hij was der goden schenker, en hij ging

Gelukkig langs hun schitterend gelag.

En 't was, alsof een witte bloeseming

Van eigen jeugd voorbij hun oogen dreef,

Wanneer hij luchtig, blijde en bedeesd,

Voorbij de branding hunner blikken ging;

Alsof de bloeseming van aardes schoon,

Broze vergankhjkheid, dierder kleinood

Was dan de rustige en zware pracht

Van hun onschendbre godenmajesteit.

Hij was hun schenker, en hij droeg de kruik

In zijne zuivre handen voor zich uit

En nijgde zich hun luide tafel rond

En zweefde aan, wanneer een loome hand

Het leege drinkvat achteloos hem bood.

Hij nijgde zich, en liet de gouden straal

Cierlijk gebogen vallen ten bokaal,

Tot men hem wenkte: knaap, het is genoeg!

Dan zag hij rond, en liet de hooge kan

Rusten ten gronde, en de armen saem,

Stond hij en wachtte en zag naar vader Zeus,

En wachtte of die niet zijn oogen hief

En wenkte, en hij leefde naar Zeus' blik.

Sluiten