Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE OUDE NAAISTER

Zij, die de nauwe kronkel straat bewonen, Zien dag aan dag haar oud gezicht voor 't raam.

Een lachje komt haar grauw gelaat verschoonen. Roept men, een hartelijken groet, haar naam.

Haar naam! o hoeveel oude en jonge monden Hebben hem lief of achteloos gezegd,

Aan hem gedacht, of, heugenis van zonden, Ter vliering des vergetens weggelegd.

Wat is zij oud! het zenuwachtig beven Der vingers doet de naald al trager gaan.

Zoo heeft zij eens gesidderd voor het leven, En siddert nog, en wéét zich eenzaam staan.

En bitter is haar denken als het geuren Van de geraniums voor 't heldre glas,

Die trotsch hun felle roode bloemen beuren. Alsof het licht alleen hun erfdeel was.

En zij gedenkt: zij groeide steeds in 't duister.

Wanneer de lente over de aarde scheen, Benijdde zij elk meisje lach en luister,

Die liefde lokte en won .... zij bleef alleen.

Sluiten