Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MIJNWERKER

Wat uw verstompte en laffe en lustelooze zinnen Weer wekken kan met wrange en prikkelende smaak.

Het zuiverende zout, moet ik u smartlijk winnen: Verstooten en onrein vervul 'k mijn zuivre taak.

Gij hoedt het heilig vuur! gij ziet de bloem ontluiken. Die iedren avond aan uw schoone luchters bloeit,

Of lentes hartstocht barst uit duizend dorre struiken, Of zomers luwte plots door winterkoude vloeit

Gij hoedt het heilig vuur! maar zijn versteende vonken, Verborgen kostlijkheid, zoo heimelijk verstard,

.Vond ik, van stof verstikt van zware dampen dronken, En wat ik zelf ontbeer, schonk 'k uw hebzuchtig hart.

En als de weeldrigheid van uwe kandelaren Den grijzen avond tint en inniger verblijdt,

Weet, dat mijn donkerheid uw duister doet verklaren. Uw lachen is geteeld door mijn ellendigheid.

En 't goud, de god, die heerscht in daden en gedachten, (Die hem verwierf geniet, die hem verloor vergaat,)

Zijn doode almachtigheid dolf ik uit diepe schachten, En, ach, zijn levend heil komt anderen ten baat!:

Sluiten