Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AVONDLIEDEREN

II.

De bloemen geuren in den donkren tuin. Nu bloeit het aarzlend avondlijk beminnen. De blauwe schaduwen vergaan in bruin, En alle huizen worden licht van binnen.

En wij tezamen buiten .... o, de vreê Bij u te zijn, wat kan mij nog genaken? Nu ben ik thuis; de hemellampen blaken. Wij voeren de avond eeuwig met ons mee.

Is er nog meer? Mijn moede liefde rust Weldadig als in schauw van koele boomen En 't water murmelt naar mijn heeten dorst.

Ik sluimer van dit diep geluk bewust,

Dat ik aldoor uw zingend bloed hoor stroomen,

En waak aan 't weldoend kloppen van uw borst.

Sluiten