Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEED EN GELUK

Leed en geluk, wat 'k gaf of won. Welde al uit liefdes eeuwge bron. Zoo zeker en zoo ongezocht Als harteslag en ademtocht.

Ze zijn elkander zoo nabij Als warmte en koude in lentetij; Als onrust en verdroomde slaap; Als lach en tranen voor een knaap.

D'één momde zich 't gelaat als d'aêr. Ik kende hen niet uit elkaêr. In blijdschap voelde ik lijdens druk, In leed omhelzing van geluk.

Zon stooft in vruchten wrang en kleen,

Hun zuurte en haar zoet tot één.

In liefde lust en leed verglijdt.

Ik proefde in hen geen onderscheid.

En gaf ik karig, gaf ik veel, Een elk ontving 't bestemde deel. En woog, in toegestoken hand, Harts onvervreemdbaar onderpand.

Sluiten